Archief voor november, 2010

Het verhaal achter een boek

26 november 2010

We (Nicoline Douwes Isema en ik) wilden graag illustraties in ons boek. Veel illustraties. Te veel om zelf te maken. Dus vroegen we Arnoud van Doe-het-niet-zelf om hulp. Dat ging ongeveer zo:

‘Gaan we doen! Er zullen misschien weinig mensen komen, veel mensen hebben het druk.’

(week later)

‘Al 10 aanmeldingen.’
’10?? Wat veel! Hoor je dat Cathelijne, 10!’

(twee weken later)

‘Nu 25 aanmeldingen.’
‘… 25???!! Je maakt een grapje.’

(drie weken later)

‘Eh…42 aanmeldingen.’
‘HALLELUJA! Hoe gaan we dat doen in die ruimte?’
‘We vinden wel een oplossing.’

En er volgden nog een stuk of 15 aanmeldingen.
Donderdagavond 25 november  vond de grote Doe-het-niet-zelf-illustratie-jam plaats. Het was warm in de studio. Geïmproviseerde tekenbureaus, stoelen en tafels overal vandaan. Netwerkgesprekjes.

‘Hoeveel betaal jij nou aan je boekhouder?’
‘Zóveel? Dat kan goedkoper.’
‘Waar heb je die inkt gekocht?’
‘Goh, twitter, zo had ik het nog niet bekeken.’
‘Ik link je op facebook, goed?’

De briefing – drie wanden vol briefjes. Op elk papier een illustratieverzoek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van iNktpot tot iBook

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Flyers, ansichtkaarten en visitekaartjes uitwisselen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Orange it is! Illustreren met tape

 

 

 

 

Sluikreclame

 

 

 

 

 

 

Amper twee uur later: presentatie van de schetsen

 

 

 

 

 

Een tafel vol beloftes

‘Duizenden kinderen worden jaarlijks gedwongen alleen over de wereld te reizen’

16 november 2010

Fabio Geda
In de zee zijn krokodillen – Het waargebeurde verhaal van Enayatollah Akbari

Fabio en Enayat

In de zee zijn krokodillenOp een slechte dag wordt de Afghaanse Enayat door zijn moeder in Pakistan achtergelaten. Een daad van liefde. Vanaf dat moment staat hij er alleen voor en moet hij zijn vege lijf zien te redden. Enayat is dan tien jaar, denkt hij. In de provincie Ghazni, waar hij geboren wordt, is er geen bevolkingsregister, dus helemaal zeker is hij niet van de hoogte van zijn leeftijd. Opgejaagd vertrekt hij naar een onbekende bestemming in een veilige wereld. Die blijkt ver weg, een rauwe tocht van jaren kost het hem. Uiteindelijk komt hij in Italië terecht waar hem op het nippertje een vluchtelingenstatus wordt gegund. Hij woont en werkt er nog steeds.

Hoe gaat het nu met je, Enayat? Hoe ziet je leven er uit?
‘Allereerst ben ik nu student. Ik ga elke avond naar school, overdag werk ik. Ik heb veel baantjes gehad de afgelopen vijf jaar, om het hoofd boven water te houden en natuurlijk ook om geld naar huis te kunnen sturen, naar mijn moeder, broer en zus. Mijn leven zoals ik dat nu leef is eigenlijk een heel normaal leven, ik leef zonder zorgen, ik ben niet bang dat me plotseling iets ergs overkomt. Bovendien kan ik nu voor het eerst een plan maken voor mezelf, voor mijn eigen toekomst. Toen ik bijvoorbeeld nog geen vluchtelingenstatus had en dus ook geen verblijfsvergunning, kende mijn leven geen enkel doel. Het maakte niet uit of ik sliep of wakker was, aangezien mijn leven in handen van anderen lag. Nu is de situatie gelukkig heel anders. Ik ben met veel dingen bezig, heb altijd iets te doen en dat maakt me gelukkig.’

Acht jaar nadat zijn moeder hem heeft achtergelaten, spoorde hij haar vanuit Italië op. Ze blijkt niet meer in het geboortedorp te wonen maar hij vindt haar toch en belt haar op.
Heb je sindsdien vaker contact met je familie kunnen hebben?

‘Ja, ik heb contact gehad met hen en gelukkig heb ik dat nog steeds.’

Enayat en Fabio ontmoetten elkaar vier jaar geleden op de boekpresentatie van Fabio’s debuutroman. Het centrum waar de presentatie plaatsvindt, Centro Interculturale in Turijn, nodigt Enayat uit aanwezig te zijn en de avond met zijn persoonlijke verhaal luister bij te zetten.
Enayat:
‘Het was de bedoeling dat ik Fabio een aantal vragen zou stellen en dat ik kort mijn verhaal zou vertellen, als onderdeel van die ontmoeting. Ik kende het Centro goed, aangezien ik er een cursus heb gevolgd voor cultureel bemiddelaar.’
Fabio:
‘Mijn debuutroman, een fictief verhaal, gaat over een Roemeense jongen die door Europa reist, op zoek naar zijn opa die als straatacteur werkt. Enayats verhaal kon als tegengeluid dienen voor de fictie die ik had geschreven. Die avond, toen ik hem zijn verhaal hoorde vertellen, een dramatisch verhaal vol pijn, ontdekte ik dat hij er met ongelofelijke lichtheid, en met verrassende ironie over sprak. Door die toon, met lichtheid en ironie, leek zijn verhaal me heel geschikt op papier te zetten.’

In het boek wisselt Fabio Enayats reis af met korte gesprekken tussen Enayat en zichzelf.
Waarom deze vorm?

Geda:
‘Ik koos deze structuur omdat ik wilde dat de lezers niet vergaten dat ze een waargebeurd verhaal lazen. Bovendien moet het voor de lezer duidelijk zijn waarom het verhaal verteld wordt. In dit geval kon Enayats verhaal alleen verteld worden doordat iemand tegenover hem zat en hem vroeg: alsjeblieft, vertel me je verhaal, vertel me over je leven, ik ben hier, en ik luister. Iets wat je aan alle mensen om je heen zou kunnen vragen. Zonder te oordelen, zonder verblind te zijn door vooroordelen. Gewoon zitten en luisteren.’

Sommige namen zijn gefingeerd, ter bescherming van de mensen die het betreft.
Fabio,
heb je Enayat ook tegen zichzelf in bescherming moeten nemen? Heb je sommige dingen niet opgeschreven die hij wel verteld heeft?
‘Nee. Alles wat Enayat zich herinnerde over zijn reis, hebben we verteld. Alles wat in zijn jonge geheugen is opgeslagen, wat zijn jonge ogen, zijn jonge hart hebben geregistreerd, hebben we verteld. En ik heb geprobeerd zijn verhaal zo min mogelijk te vervuilen met mijn visie erop, met mijn vooronderstellingen.’

Wat raakte jou zelf het meest aan zijn verhaal?
‘Het interessante aan Enayats leven is dat het een heel gewoon leven is, behalve het eind. Duizenden kinderen worden jaarlijks gedwonen alleen over de wereld te reizen, om zichzelf uit oorlogssituaties te redden, of van de hongerdood of van andere verschrikkelijkheden. Velen gaan dood. Anderen leven onder zware omstandigheden. Enayat had veel geluk. Hij had de kracht te overleven en ontmoette de juiste mensen op zijn pad. Ze hielpen hem hoop te houden op een betere toekomst. Maar wat me nog het meest raakt aan Enayats verhaal, is de afwezigheid van volwassenen in zijn leven. Een Afrikaans gezegde luidt: Er is een heel dorp nodig om een kind groot te brengen. Dan vraag ik me af: waar is ons dorp?’

Enayat, wat zou je willen zeggen tegen kinderen die ook op de vlucht zijn?
‘Het enige dat ik hen graag wil meegeven is: geef nooit de moed op, blijf hopen! Er komt een dag die anders zal zijn dan alle andere dagen. Er komt een dag waarop het vrede is, ook voor jullie. Houd vol en strijd intussen dapper voor die dag!’

Waar hoop je zelf op, welke wensen heb je voor de toekomst?
Ik wil allereerst heel graag kunnen terugkeren naar Afghanistan, maar dan een Afghanistan dat heel anders is dan op dit moment. Ik zou de Afghaanse kinderen willen helpen, hen de mogelijkheid geven te studeren. Ook wil ik graag de oom of de grote broer zijn van al die kinderen die tijdens de oorlog hun ouders hebben verloren en nu niemand meer hebben die zich om hen bekommert.’

Fragment:

Hoe kun je zomaar je leven veranderen, Enayat? Een ochtend. Een afscheid.
Dat doe je gewoon, Fabio.
Ik heb es gelezen dat de keuze om te emigreren voortkomt uit de behoefte om adem te halen.
Dat is zo. En de hoop op een beter leven is sterker dan welk gevoel ook. Mijn moeder heeft bijvoorbeeld besloten dat het beter was om mij ver weg in gevaar te weten, maar wel op weg naar een andere toekomst, dan om mij dichtbij in gevaar te weten, maar dan in de drab van voortdurende angst.

In de zee zijn krokodillen is uitgegeven door De arbeiderspers.

Doe het niet zelf – het betere netwerken

7 november 2010

Wat heb jij gedroomd vannacht?

Het nadeel van netwerkborrels is dat je er borrelt; na een middag heb je een handvol kaartjes verzameld en vooral een indruk gekregen van de babbelvaardigheid van anderen. Mooi. Maar wat veel mooier zou zijn: in dezelfde tijd samen met wildvreemden een klus klaren die energie en inspiratie geeft. En waar je een derde partij erg gelukkig mee maakt.

Of andersom, stel je voor: je hebt een klus te doen maar het ontbreekt je aan ideeën of know how. Zou het niet fijn zijn als anderen, experts, je dan kwamen helpen gedurende een dag of een middag of een avond, gewoon omdat ze dat leuk vinden? En dat die anderen in de toekomst dan weer eens een beroep op jouw kennis en ervaring mogen doen?
Dat dachten Arnoud van den Heuvel en Marcel van der Drift ook en ze richtten Doe-het-niet-zelf op.

Nicoline, met wie ik een boek schrijf over dromen, had al een paar keer bijgedragen aan Doe-het-niet-zelf-bijeenkomsten. Nu er zich een probleem voordeed in verband met ons boek, besloot ze hulp van DHNZ in te roepen. In het boek willen we namelijk véél illustraties, maar de uitgever heeft er geen budget voor. Dat overkomt veel non-fictieboeken.

Een oproep aan het DHNZ-netwerk werd gedaan en inmiddels hebben 21 illustratoren zich aangemeld voor de illustratie jam (we staan er zelf ook van te kijken!)

Meedoen
Denk je: daar wil ik ook bij zijn? Stuur een e-mail naar doehetnietzelf@gmail.com.
De illustratie jam vindt plaats op donderdag 25 november van 18:00 tot 23:00 uur in het centrum van Amsterdam.
Wij zorgen voor de catering. Wanneer je illustratie wordt uitgekozen voor plaatsing in het boek, wordt uiteraard je naam vermeld. (Het is niet persé de bedoeling dat de illustratie af komt deze avond. Er is tijd om thuis, op je computer, je idee uit te werken en voltooien).

Over het boek
Wat betekent het als ik droom over seks met mijn ex? Kunnen dromen voorspellend zijn? Ik droom soms hetzelfde als mijn lief, komt dat vaker voor? Dromen zijn toch hallucinaties tijdens je slaap?
Hoewel we veel vragen hebben over onze dromen, praten we er liever niet over. Dromen is een klein taboe en meer iets voor geitenwollen slaapmutsen. Freud en kompanen zijn daar mede schuldig aan. Zij zagen dromen als boodschappen uit een ongrijpbaar onderbewustzijn. Dromen ontspruiten aan onvervulde verlangens en seksuele driften, vonden zij.
Droomcoach Nicoline Douwes Isema ziet dat anders. Dromen is denken in je slaap. Tijdens het slaapdenken verwerk je niet alleen informatie, je bent ook creatief, verwerft inzichten, vooruitzichten, genereert ideeën en oefent vaardigheden. Dromen is een fase in een denkproces en kan leiden naar concrete besluiten en actie.
Met elkaar praten over dromen blijkt een efficiënte methode te zijn om de verworvenheden uit je slaap te verwoorden en concreet te maken. Zodat je er iets mee kunt doen. Aan de hand van cases uit de dagelijkse praktijk tonen tonen  Nicoline en Cathelijne een handige gesprekstechniek in 3 fasen.
… En verder komen er in het boek veel weetjes over dromen uit het laatste wetenschappelijk hersenonderzoek. Wist je bijvoorbeeld dat je ook buiten je REM-slaap droomt?

Het boek verschijnt voorjaar 2011.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.