Een interview met Jan Boom

Een jonge man ontmoet een vrouw die veel netter, beter en leuker is dan hij. Zij is de liefde van zijn leven, andersom blijkt hij dat voor haar ook. ‘Wat moet je als simpele boerenlul als er ineens een engel bij je op de stoep staat?’ Ze beginnen een gedroomde relatie, aan niets lijkt het te ontbreken. Totdat hij zich realiseert dat er wel iets ontbreekt: zij wil kinderen, hij niet.
‘Ik heb dus eigenlijk een ontzettende teringhekel aan burgerlijke dingen. Als ik het zo eens in mijn hoofd inventariseer, dan blijkt dat ik eigenlijk heel veel dingen haat. Zo vind ik kerst volkomen kut, en het standaard idee van ‘een gezin’ vind ik al helemaal om te jeuken.’
Je zou dit hartbrekende, autobiografische relaas zomaar over het hoofd kunnen zien als redactie, want uitgever Thema gaf nooit eerder novelles uit, alleen informatieve non-fictieboeken over persoonlijke ontwikkeling en management. Voor Jan Boom maakten ze een uitzondering. De schrijver gaat schuil achter een pseudoniem, en achter een stapel non-fictieboeken.
Op de flaptekst staat een biografietje in omtrekkende bewegingen: je bent een jonge schrijver en eerder schreef je diverse boeken over psychologische thema’s. Vanwaar een pseudoniem?
Ik wil werk en privé gescheiden houden, zo simpel is het eigenlijk. Ik heb werk dat heel gevoelig ligt, waar veel gevoelens aan de orde komen, dus uit liefde voor mijn cliënten hou ik dat liever gescheiden. Het gaat ook om het verhaal, niet om de persoon. Ik wil het verhaal delen, en mezelf tegelijkertijd in bescherming nemen. Met een pseudoniem kan ik afstand houden tot het boek, het ligt erg aan de oppervlakte.
Voor een toekomstige vriendin lijkt het me ook een onmogelijke situatie een autobiografisch verhaal te lezen over je nieuwe liefde, en daardoor te weten dat er een voorganger is tegen wie je nooit op zal kunnen.
Ja, het is een verboden boek voor eventuele nieuwe liefdes.
Schreef je ooit eerder een novelle?
Nee.
Hoe heb je ’t schrijven aangepakt?
Ik heb de eerste versie, zonder het laatste hoofdstuk, in vier à vijf werken geschreven. Ik schreef het als zelfhulp, het was therapie voor me en helemaal niet de bedoeling dat het gepubliceerd zou worden.
Toch is dat gebeurd. Hoe ontstond dat zo?
Ik gaf twintig boekjes in eigen beheer uit. Mijn vrienden gaf ik er een en ook de uitgeverij. Het verhaal bleek goed te landen. Ik kreeg reacties als “Heb een station gemist omdat ik aan het lezen was” en “In één ruk uitgelezen”. Mensen waren erdoor geraakt. Daar was ik verbaasd over, het was een heel persoonlijk verhaal, over een persoonlijke situatie die alleen mij raakte, dacht ik. Ik schreef het puur met de gedachte: ik wil niet gek worden. Wat ik van de reacties geleerd heb is dat hoe persoonlijker een verhaal is, hoe herkenbaarder het wordt voor anderen.
Er is maar weinig veranderd aan het manuscript. De uitgeverij wilde het zoveel mogelijk laten zoals het was. Ik schat dat van de tekst 98% in één keer is opgeschreven. Ik heb niet nagedacht bij wat ik schreef, ik schreef gewoon. Aan herschrijven doe ik nauwelijks. Wel had ik al ervaring met columns schrijven. Maar ik heb niet de pretentie literatuur te schrijven.
Het is een heel actueel thema. Je zou kunnen zeggen dat ik mazzel had dat het beschrevene mij overkwam, en dat ik op een punt in mijn leven ben dat ik de gore arrogantie heb om het op te schrijven.
Hoe oud ben je?
32.
Was dit een eenmalig zijpad of kunnen we meer verhalende non-fictie of zelfs fictie van Jan Boom verwachten?
Ik schrijf nu een fictieverhaal over geluk en wat de kern van geluk is. Ik wil eens proberen fictie te schrijven, uit nieuwsgierigheid, ik wil de grenzen van mijn kunnen opzoeken, kijken hoe dik die duim is. Niet dat ik de pretentie heb dat het wordt uitgegeven. God is iets vergeten was in die zin makkelijk schrijven omdat ik niets hoefde verzinnen. De schrijf vibe die ik had wil ik behouden, ik wil er vooral plezier aan beleven. In het ergste geval heb ik heerlijk geschreven.
‘In mijn werk roep ik altijd om het hardst dat je dingen eerst moet ervaren voordat je erover kunt oordelen. En dus werd het mijn zelfverzonnen opdracht om situaties met kinderen niet langer uit de weg te gaan. Daar waar ik eerder altijd met een grote boog om kinderwagens heen liep, daar bleef ik nu staan. Ik heb zelfs een keer een baby vastgehouden. Mijn lief was daarbij en keek me dusdanig oestrogenetisch aan dat ik bang was dat ze me ter plekke zou aanranden. Je kunt als man een lul van 25 centimeter hebben, maar je kunt ook gewoon een kind op je nek zetten. Zelfde effect.’
God is iets vergeten – Jan Boom
ISBN: 9789058714466
Uitgeverij Thema