Archief voor de 'Uncategorized'Categorie

Flap

30 augustus 2011

Cover Wind! Piet Meeuse

Schrijvers hebben er een haat-liefdeverhouding mee: de tekst op de achterkant van hun boeken. Flapteksten. Ze zijn als marktkooplui in uitgaanskostuum. Ze roepen wat er te koop is, mooie sinaasappelén! (waarbij de stem op het eind licht naar boven buigt) – en dossen zich er flink bij uit, als voor een gala.
   Flappen zijn de handlangers van covers. Zonder cover geen mens die een boek oppakt, zonder flap niemand die er een openslaat. Maar voor zo’n tekst is aangekleed en opgedirkt…úren kost het.
   Een flap schrijven is een k-karwei – als je zelf de schrijver van het boek bent. Je hebt er afstand tot het geschrevene voor nodig en die heb je niet.
   Nee, dan een sinaasappel. Die hoeft zichzelf niet op de wrijven en aan te prijzen en verhuist toch van het kistje naar de tas.

Piet Meeuse schreef een boek over de wind. Het heet: Wind! (Goeie titel). Meeuse drukt zijn fascinatie voor het natuurverschijnsel uit in een bonte afwisseling dagboekachtige notities, lyrische beschrijvingen, gesprekken, verhalen en essayistische beschouwingen – lees ik op de flap.

Dit onzichtbare personage, even gevreesd als geliefd, even vertrouwd als onbetrouwbaar, heeft niet alleen zijn sporen nagelaten in landschappen, maar ook in talloze verhalen en uitvindingen, in de taal en in het denken. De wind waait waarheen hij wil.

Zoals de lezer. Even gevreesd als geliefd, even vertrouwd als onbetrouwbaar. De lezer pakt op wat hij wil, bladert wat, of niet, legt weg, of niet. Precies de wind.
   Heeft Meeuse deze flap zelf geschreven? Ik denk het niet. Hij heeft het klusje vast over tafel naar zijn redacteur teruggeschoven.

Het plezier waarmee Piet Meeuse dit ‘passieboek’ heeft geschreven, is op iedere bladzijde voelbaar.

Ah. Die zin bewijst het al. Meeuse had ‘m ook zelf kunnen tikken, in theorie, maar zoiets over jezelf zeggen is ondoenlijk. ‘Passieboek’ verwijst trouwens naar een serie, uitgegeven door Lemniscaat:

DE PASSIE VAN… is een reeks persoonlijke beschouwingen die je als lezer meenemen in de wereld van een bevlogen denker.

Die opmerking had van mij wel op de flap gemogen. Zie je, het is niet eenvoudig te bepalen wat erop moet en wat niet. Deze flap sluit af met een citaat van pagina 11:

Ik hou van de wind. Daarom ga ik het hier een beetje laten waaien. Daar heb ik zin in. En als je dat niet bevalt, nou, dan ga je toch lekker een ander boek lezen?

Ik ga een eindje meewaaien. Misschien wel het hele boek uit.

Wind! – Piet Meeuse
Lemniscaat 2008
€ 16,50

Het einde van de uitgeverij?

16 april 2011

Cover Schrijvenmagazine
Publiceer je over vijf jaar nog steeds bij een traditionele uitgeverij? Of bestaan zulke bedrijven tegen die tijd niet meer?

Stichting Literaire Activiteiten Amsterdam organiseerde een discussieavond rond de vraag: Het einde van de uitgeverij? In het panel uitgevers Sander Ruys (Maven Publishing), Joost Nijsen (uitgeverij Podium), literair agenten Paul Sebes en Lolies van Grunsven, en Valentine van der Lande, directeur van crowdfundingplatform Ten Pages. Schrijvers waren er ook aanwezig: Walter van den Berg en Nelleke Noordervliet, die columns voorlazen over de toekomst van het boek.

De opkomst van ebook en printing on demand, de uitbreiding van het aantal internetboekwinkels en de sluiting van steeds meer fysieke boekwinkels, zorgen voor reuring en discussie onder uitgevers en schrijvers. Is de een ervan overtuigd dat binnen aanzienlijke tijd geen traditionele uitgever meer overeind staat, de ander denkt dat het zo’n vaart niet zal lopen, en dat het papieren boek altijd zal blijven bestaan. Op dit moment worden in Nederland nog nauwelijks eBoeken verkocht, slechts 1 à 2 procent van de omzet komt van eBoekverkoop. Niet zo gek dus, dat uitgevers hun energie grotendeels steken in de verkoop van papieren boeken. Valentine van der Lande, directeur van crowdfundingplatform Ten Pages: ‘Tegelijkertijd groeit de omzet uit ebooks hard. Bij ebooks heb je geen productiekosten, waardoor de marges interessanter worden voor uitgevers.’

Veel toekomstscenario’s zijn te bedenken, variërend van een grote rol voor de traditionele uitgeverijen tot een rol die uitgespeeld is, en alles daartussenin. Het panel is het er in ieder geval unaniem over eens dat de traditionele uitgeverij heus nog wel bestaat over vijf jaar. Ruys: ‘Een traditionele uitgeverij, daar stel ik me een verzameling activiteiten bij voor. Al die activiteiten blijven gewoon bestaan. Ik denk wél dat er steeds meer verschillende combinaties komen, dat er marketingbureaus komen die het marketingdeel doen, dat er onafhankelijke redactiekantoren opstaan, dat productie uitbesteed wordt. Er gaat veel veranderen, maar de activiteiten op zich blijven bestaan.’

Wat vaststaat, is dat er altijd een behoefte aan verhalen zal zijn. En dat er meer wegen komen van schrijver naar lezer, meer mogelijkheden. Hoe rap zal de invloed van de digitalisering zichtbaar worden? Ruys: ‘Ik denk dat eBoeken en papieren boeken en luisterboeken nog een heel lange tijd naast elkaar kunnen bestaan. In ieder geval tot wij zelf oud en grijs zijn. Ik kan me wel voorstellen dat mensen die net geboren zijn veel minder nostalgie voelen bij papieren boeken dan wij.’ Uitgever Nijsen: ‘Het leidt geen enkele twijfel dat de toekomst van verhalen en vertellingen qua type drager iets breder wordt dan die nu is.’ Maar het eBoek bijvoorbeeld, gaat al snel een beperkte functie krijgen, denkt hij. ‘Zoals je voor muziek naar Spotify kunt, zo zul je straks via Google, Apple, Amazon en misschien wel Spotify of Bookify, op elk moment, op elke plek van de wereld en op elke drager, een boek lezen. De iPad is nog maar het begin van de revolutie, het is een relatief log apparaat. De rol van de boekhandel wordt waarschijnlijk heel bescheiden.’

Hoewel het panel denkt en hoopt dat de traditionele uitgeverijen niet zullen verdwijnen, is het zich wel bewust van de sterke stroom veranderingen. Er tegenin zwemmen heeft geen zin. Literair agent Van Grunsven: ‘Als iemand nu nog eens vijf jaar de tijd neemt om na te denken of hij wel of niet een eboek uit gaat geven, dan mist hij echt de boot. Dan kan het wél zomaar te laat zijn. Maar ik denk dat alle uitgeverijen zich er ontzettend van bewust zijn dat ze moeten schakelen.’

Schakelen, dat zullen ook de schrijvers moeten doen. Want stel dat er straks mínder traditionele uitgeverijen overblijven? De kans uitgegeven te worden bij zo’n uitgeverij wordt dan nog kleiner. Tegelijkertijd biedt de digitalisering kansen voor de schrijver zelf boeken te maken en uit te geven. Publiceren is vooruitzien, slimme schrijvers zoeken nu dus al naar andere wegen. Zo zal de zelfstandig opererende schrijver zich ondernemersvaardigheden eigen moeten gaan maken; niet alleen een boek schrijven, maar dat boek ook leren promoten en verkopen. Of zulke diensten inkopen. Waar betaalt hij dat allemaal van? Crowdfunding via Ten Pages is een mogelijkheid, of anders een lening afsluiten.
Van Grunsven ziet een gevaar in die ontwikkeling: ‘Er zullen vast veel meer mensen zijn die denken: ik neem het in eigen hand. Dat gaat echt toenemen. En het gaat zulke vormen aannemen dat die situatie ook weer diffuus wordt. Want hoe word je dan zichtbaar als auteur? Auteurs en uitgevers zullen elkaar nodig blijven hebben in de toekomst. Dat is ook goed, dan kan de auteur zich op het schrijven richten, en op de vrije publiciteit, wat hij nu ook al doet voor een groot deel. Het is veel moeilijker voor een losse auteur, die niet aan een uitgeverij verbonden is, om zichtbaar te worden en te blijven. Dat kost zoveel tijd dat je dan geen tijd meer overhoudt om een boek te schrijven.’

Literair agent Sebes ziet de toekomst en de rol van de uitgeverijen en agenten niet zo snel veranderen. ‘Wij bedenken hoe een boek er uit moet zien, hoe het moet heten, wanneer het gelanceerd wordt, in wat voor oplage, waar het komt te liggen. Dat is al decennia zo. Ik besef wel dat het gaat veranderen, maar ik doe dit werk nu twintig jaar, en zóveel is er ook niet veranderd, hoor. Het uiteindelijke uitgeven is nog steeds dat gekut met een rood pennetje in een manuscript. Dat is wat we doen de hele dag.’

Zou Nelleke Noordervliet in deze tijd debuteren, dan zou ze het in ieder geval heel anders aanpakken. ‘De manier waarop auteurs in dit hele spel worden weggezet, ergert mij mateloos.’ Ze doelt onder andere op de marge die voor de auteur overblijft bij verkoop van een ebook: hoogstens 25%. ‘Dat is te laag.’ Sebes: ‘Dat ís ook weinig. Wereldwijd is het een normaal percentage, maar voor de auteur is dat behoorlijk mager.’ Waar het Noordervliet om gaat, is dat de auteur ‘niet meer de sluitpost is in het geheel, een beetje een onhandig element in datgene wat je moet verkopen, maar dat we weer teruggaan naar de auteur als degene die de bron is van het brood dat iedereen verdient.’

In een voorgelezen column schetst ze hoe zij de toekomst van de uitgeverij ziet, en de rol van de schrijver daarin: (…) ‘Uitgevers zitten naar die digitale revolutie te kijken als kippen naar het onweer. Hun reactie is voornamelijk defensief. Alles moet het liefst bij het oude blijven. In precies diezelfde segmentering, met de schrijver als sluitpost en als domme leverancier van content. Kostenopbouw, business model, winstmaximalisatie: breek jij daar je mooie hoofdje maar niet over en schrijf nog eens iets leuks over een dorsvloer en confetti. Schrijvers – ik geef het toe – demonstreren graag ook een kunstenaarsminachting voor geld en ondernemen. Maar dat houdt op. Was de schrijver de bedelaar die met een fooi werd afgescheept en daar nog dankbaar voor moest zijn omdat een uitgever iets in hem en in zijn werk zag, de schrijver wordt nu de ondernemer die zelf het risico draagt, zelf zijn personeel zoekt, zelf de diensten inhuurt die zijn product helpen verspreiden en tot een succes maken. Hij kan het risico delen met anderen. Het is ook de winst of het verlies delen. Hij heeft dan ook zelf, als schrijver, beter inzicht in de kosten. Het zwaartepunt zal niet meer liggen waar die nu ligt: in de productiekosten, overhead van de uitgeverij en boekhandel, maar het zwaartepunt zal liggen in de eigen tijd van de schrijver, en in de marketing van zijn werk. Zo zal dus de toekomst er uit zien: over een paar jaar heb ik een nieuw boek. Ik huur een goede redacteur in, die heeft er een week werk aan, oké, twee. Een andere specialist huur ik in om mijn boek mooi digitaal vorm te geven en op het net te zetten. Pakweg drie dagen werk. Wil ik nog wat extra’s toevoegen in de vorm van beeld en geluid, dan zoek ik daar de goede mensen bij, of ik doe het zelf, zo moeilijk is het niet. Ik huur de diensten in van een man of vrouw die thuis is in reclame en marketing, via alle sociale media die we nu kennen en die nog zullen komen. (…) Ben ik niet tevreden over de diensten die ik heb ingehuurd, ik zoek een ander die het beter doet. (…) Concurrentie gewaarborgd, redelijke prijzen gewaarborgd. Alles opdat de lezer een goed en goedkoop product kan krijgen. (…) Wie kunstenaar en ondernemer wil zijn, moet er wat voor over  hebben. En hard werken. En niet bang zijn. Voor de watjes blijft de uitgever bestaan.’

Gaat Noordervliet haar volgende boek alsnog in eigen beheer uitgeven? Dat niet, als je eenmaal zo lang bij een uitgeverij onder dak bent, blijf je zitten. Maar de boodschap aan debutanten is duidelijk.

Alternatieve uitgeverijen
Niet alle traditionele uitgeverijen opereren traditioneel. Uitgeverijen Totemboek en Parelz bijvoorbeeld, gaan op een andere manier om met het in de markt zetten van verhalen. Wat opvalt: beide uitgevers komen oorspronkelijk niet uit het boekenvak, maar waren eerst zelf schrijver.

Totemboek
Yvette Cramer en Femke Meijer richtten in 2002 uitgeverij Totemboek op. Cramer had een achtergrond als journalist en schrijver. Ze schreef artikelen voor management- en computerbladen en ze schreef boeken. Als projectmanager werkte ze bij internetuitgeverij Gopher, waarvoor ze een nieuw label in de markt zette: Mijn eigen boek. Auteurs konden er online manuscripten insturen die voor hen per stuk werden gedrukt. ‘Na een jaar barste de internetbubbel en was het geld op. Toen dacht ik: ik ga voor mezelf beginnen.’ Ze deed een uitgeefcursus en startte Totemboek. Totemboek helpt auteurs bij het uitgeven van boeken in eigen beheer, maar is geen u-vraagt-wij-draaien-uitgeverij. Een van de functies van een traditionele uitgeverij is manuscripten selecteren. Selecteert Totemboek ook?In zekere zin wel. Het is niet zo dat we tegen iedereen zeggen: kom maar hier. We willen altijd eerst een goed gesprek. Wat zoekt de auteur? Is het boek bedoeld voor familie en kennissen, of voor een groter of gespecialiseerd publiek? Soms hebben auteurs alleen een vaag plan. We proberen mensen op weg te helpen, maar dat hoeft niet per se bij ons te zijn. Soms verwijs ik door. Wij hebben bijvoorbeeld een klein fonds over Griekenland. Als iemand met een boek over Griekenland komt ben ik eerder geneigd te zeggen: kom maar bij ons. Maar voor kinderboeken ben je beter af bij een uitgever die daarin is gespecialiseerd. Bewust of onbewust, de boeken die we maken selecteren zich steeds meer uit op basis van onze expertise: biografieën, reisverhalen, oorlogsverhalen, management- en leerboeken. Voor die genres hebben we een netwerk opgebouwd.’

Parelz
Schrijvers Carien Touwen en LeoArie Elsenaar startten in 2009 uitgeverij Parelz. Touwen: ‘We kenden elkaar via schrijffora. We vonden dat veel goede schrijvers te weinig aandacht kregen. Toen stelden we onszelf de vraag: hoe kunnen lezers beter geattendeerd worden op werk van auteurs uit het Nederlands taalgebied?’ Parelz is specialist in korte verhalen geworden. Op hun site kan iedereen zelf een boek samenstellen uit verschillende korte verhalen. ‘De boekhandel is een moeilijke schakel in het verkoopproces, want hoe krijg je ze zover dat ze jouw boeken inkopen? Eerst verkochten we onze boeken volledig buiten de boekhandel om. Nu zijn ze geïnteresseerd om zelf een boek bij ons samen te stellen en dat boek weer aan hun klanten voor te stellen. De Parelz Exclusief boeken, bundels verhalen van één schrijver, worden nu ook gewoon in de boekhandel verkocht.’ Parelz werkt nadrukkelijk samen met traditionele uitgeverijen, en geeft hen de mogelijkheid een kort verhaal te publiceren. Niet zelden publiceert een auteur bij Parelz een kort verhaal, en bij een traditionele uitgeverij een roman. De PR wordt soms samen gevoerd. En selectie, doet Parelz dat ook? ‘Absoluut. Wij zijn heel streng. Zeker 65 tot 75% wijzen we af. Een auteur die bij ons een verhaal heeft gepubliceerd, heeft niet de garantie dat een volgend verhaal ook gepubliceerd wordt. Wel is het zo, dat als je in een verhaal iets ziet, maar er moeten nog wat dingen aangepast worden, je dat bij een kort verhaal sneller voor elkaar hebt dan bij een heel manuscript.’

De column die Walter van den Berg voorlas, ‘Mijn ideale uitgever’, is te lezen op zijn blog

(Dit artikel verscheen in Schrijvenmagazine nr 2, april 2011)


‘Ik heb niet de pretentie literatuur te schrijven’

19 maart 2011

Een interview met Jan Boom
Cover God is iets vergeten - Jan Boom
Een jonge man ontmoet een vrouw die veel netter, beter en leuker is dan hij. Zij is de liefde van zijn leven, andersom blijkt hij dat voor haar ook. ‘Wat moet je als simpele boerenlul als er ineens een engel bij je op de stoep staat?’ Ze beginnen een gedroomde relatie, aan niets lijkt het te ontbreken. Totdat hij zich realiseert dat er wel iets ontbreekt: zij wil kinderen, hij niet.

Ik heb dus eigenlijk een ontzettende teringhekel aan burgerlijke dingen. Als ik het zo eens in mijn hoofd inventariseer, dan blijkt dat ik eigenlijk heel veel dingen haat. Zo vind ik kerst volkomen kut, en het standaard idee van ‘een gezin’ vind ik al helemaal om te jeuken.’

Je zou dit hartbrekende, autobiografische relaas zomaar over het hoofd kunnen zien als redactie, want uitgever Thema gaf nooit eerder novelles uit, alleen informatieve non-fictieboeken over persoonlijke ontwikkeling en management. Voor Jan Boom maakten ze een uitzondering. De schrijver gaat schuil achter een pseudoniem, en achter een stapel non-fictieboeken.

Op de flaptekst staat een biografietje in omtrekkende bewegingen: je bent een jonge schrijver en eerder schreef je diverse boeken over psychologische thema’s. Vanwaar een pseudoniem?

Ik wil werk en privé gescheiden houden, zo simpel is het eigenlijk. Ik heb werk dat heel gevoelig ligt, waar veel gevoelens aan de orde komen, dus uit liefde voor mijn cliënten hou ik dat liever gescheiden. Het gaat ook om het verhaal, niet om de persoon. Ik wil het verhaal delen, en mezelf tegelijkertijd in bescherming nemen. Met een pseudoniem kan ik afstand houden tot het boek, het ligt erg aan de oppervlakte.

Voor een toekomstige vriendin lijkt het me ook een onmogelijke situatie een autobiografisch verhaal te lezen over je nieuwe liefde, en daardoor te weten dat er een voorganger is tegen wie je nooit op zal kunnen.

Ja, het is een verboden boek voor eventuele nieuwe liefdes.

Schreef je ooit eerder een novelle?

Nee.

Hoe heb je ’t schrijven aangepakt?

Ik heb de eerste versie, zonder het laatste hoofdstuk, in vier à vijf werken geschreven. Ik schreef het als zelfhulp, het was therapie voor me en helemaal niet de bedoeling dat het gepubliceerd zou worden.

Toch is dat gebeurd. Hoe ontstond dat zo?

Ik gaf twintig boekjes in eigen beheer uit. Mijn vrienden gaf ik er een en ook de uitgeverij. Het verhaal bleek goed te landen. Ik kreeg reacties als “Heb een station gemist omdat ik aan het lezen was” en “In één ruk uitgelezen”. Mensen waren erdoor geraakt. Daar was ik verbaasd over, het was een heel persoonlijk verhaal, over een persoonlijke situatie die alleen mij raakte, dacht ik. Ik schreef het puur met de gedachte: ik wil niet gek worden. Wat ik van de reacties geleerd heb is dat hoe persoonlijker een verhaal is, hoe herkenbaarder het wordt voor anderen.

Er is maar weinig veranderd aan het manuscript. De uitgeverij wilde het zoveel mogelijk laten zoals het was. Ik schat dat van de tekst 98% in één keer is opgeschreven. Ik heb niet nagedacht bij wat ik schreef, ik schreef gewoon. Aan herschrijven doe ik nauwelijks. Wel had ik al ervaring met columns schrijven. Maar ik heb niet de pretentie literatuur te schrijven.

Het is een heel actueel thema. Je zou kunnen zeggen dat ik mazzel had dat het beschrevene mij overkwam, en dat ik op een punt in mijn leven ben dat ik de gore arrogantie heb om het op te schrijven.

Hoe oud ben je?

32.

Was dit een eenmalig zijpad of kunnen we meer verhalende non-fictie of zelfs fictie van Jan Boom verwachten?

Ik schrijf nu een fictieverhaal over geluk en wat de kern van geluk is. Ik wil eens proberen fictie te schrijven, uit nieuwsgierigheid, ik wil de grenzen van mijn kunnen opzoeken, kijken hoe dik die duim is. Niet dat ik de pretentie heb dat het wordt uitgegeven. God is iets vergeten was in die zin makkelijk schrijven omdat ik niets hoefde verzinnen. De schrijf vibe die ik had wil ik behouden, ik wil er vooral plezier aan beleven. In het ergste geval heb ik heerlijk geschreven.

‘In mijn werk roep ik altijd om het hardst dat je dingen eerst moet ervaren voordat je erover kunt oordelen. En dus werd het mijn zelfverzonnen opdracht om situaties met kinderen niet langer uit de weg te gaan. Daar waar ik eerder altijd met een grote boog om kinderwagens heen liep, daar bleef ik nu staan. Ik heb zelfs een keer een baby vastgehouden. Mijn lief was daarbij en keek me dusdanig oestrogenetisch aan dat ik bang was dat ze me ter plekke zou aanranden. Je kunt als man een lul van 25 centimeter hebben, maar je kunt ook gewoon een kind op je nek zetten. Zelfde effect.’

God is iets vergeten
– Jan Boom
ISBN: 9789058714466
Uitgeverij Thema

Covers kiezen

21 februari 2011

Een cover kiezen voor een boek is een vak apart. Meestal is er keuze uit twee of drie ontwerpen. Directeur, uitgever, redacteur, vertegenwoordigers, marketeers en de auteur zelf hebben er allemaal een idee bij en een mening over. Ze zoeken naar treffende beelden en kleuren, voeren argumenten aan, bellen met elkaar, wat vind je ervan, niet goed wel goed?, praten over alternatieven, wikken, vragen de vormgever nieuwe versies, beoordelen die, kan dat friemeltje niet zus of zo?, bellen met elkaar, goed? goed!, keuze gemaakt, weer mailen, hop klaar volgende. Die aanbiedingsbrochure moet af, gisteren eigenlijk al.

Zo ongeveer gaat het. Zelden mogen toekomstige lezers hun mening geven. Dat zal te maken hebben met de tijdsdruk, en de planning, covers van nieuwe boeken worden in allemaal in dezelfde korte periode gemaakt. Wij boekenmakers weten het bovendien zelf wel, wat de markt mooi vindt. Toch jammer dat niet regelmatig wordt gevraagd naar de mening van de toekomstige koper, al is het alleen maar om te toetsen of dat buikgevoel nog wel up to date is en overeenkomt met smaaktrends op straat.

Kinderboekenschrijver Marcel van Driel laat zijn toekomstige lezers wel kiezen. Zijn nieuwe boek Superhelden verschijnt pas september 2011, vlak voor de kinderboekenweek. Marcel is er vroeg bij. Op superhelden.nl mag iedereen, ook volwassenen, een stem uitbrengen op een van de twee covers. Dat kost heel weinig moeite, één klik.

Je hoeft je leeftijd niet in te vullen en ook je sekse niet, alleen maar één keer te klikken. Zijn uitgeverij is kennelijk niet geïnteresseerd in de profielen van de stemmers, in wie gebruikt maakt van zo’n stemmogelijkheid bijvoorbeeld. En ook niet in wie welke keuze maakt. Waarom eigenlijk niet?

Marcel: ‘We wilden de drempel zo laag mogelijk houden. Wél weten we dat in de eerste week voornamelijk volwassenen hebben gestemd (via Twitter en Facebook) en volgende week verwachten we de kinderen (via Hyves).’

Dat is een aanname. Een andere aanname is zo te bedenken: dat twitterende ouders hun kinderen wijzen op de verkiezing, waardoor ook veel kinderen stemmen de eerste week. Betrouwbaar is de uitkomst van de stemming ook al niet als het gaat om dubbelingen, want je kunt zo vaak stemmen als je wilt. Stem je een tweede keer dan verschijnt in beeld: ‘Je hebt al gestemd’, maar de achteringang is eenvoudig te vinden.

Nadat je gestemd hebt verschijnt er een venster waarop je je naam en e-mailadres kunt achterlaten. In grote letters staat er: inschrijven. Ik schreef me niet in want er stond niet bij waar ik me voor inschreef.

Marcel: ‘Onderaan in de tekst staat dat we boeken verloten en we je 2 x mailen: om te melden welk omslag het geworden is, en wanneer het boek verschijnt. Kennelijk is jou die tekst niet opgevallen.’

Ik ga terug naar de pagina, scroll, en inderdaad, het staat er. Ik zie ook waarom die tekst me eerder niet was opgevallen: hij staat onder de ‘vouw’ van mijn kleine computerscherm. Het woord inschrijven eist door zijn grote letters zoveel aandacht op dat ik het antwoord op mijn vraag daar direct onder of naast verwachtte, niet beneden de vouw.

Toch is het een heel goede actie van Marcel, die cover verkiezing. Hij betrekt mij als mogelijk toekomstige lezer bij het maakproces. En wie zich betrokken voelt gaat zich misschien wel als ambassadeur gedragen, straks. Wanneer het boek in de winkel ligt, en de cover is toevallig die ene waarop ik stemde, dan is het toch een beetje mijn cover geworden. In ieder geval zal de aanblik me een gevoel van herkenning geven, en herkenning is heel wat waard.

De winnende cover maakt Marcel waarschijnlijk pas deze de zomer bekend.
Welke kiezen jullie, en waarom?

Geld verdienen met sociale media

10 februari 2011

cover geld verdienen met sociale media

5 redenen waarom je dit boek NIET moet kopen

Vakbroer Cor Hospes heeft een boekje geschreven over sociale media (het past precies in een groot uitgevallen kontzak). Als vakzus wil ik daar natuurlijk iets over zeggen. Wat ik wil zeggen is dit: koop het niet. Ik kan wel 5 redenen verzinnen waarom:

1. Denk jij: Twitter, Facebook, wannéér dan? Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor.
(Laat gerust liggen dat boek – boeken willen gelezen worden, kost ook tijd)

2. Denk jij: ik snap sociale media wel, maar ik heb er gewoon niet zoveel aan.
(inderdaad, jij hebt er niks aan, die € 11,95 is weggegooid geld)

3. Of denk jij: al dat gelul over niets. Ik hoef echt niet te weten wie wanneer een kopje koffie drinkt, en met of zonder zoetjes.
(Hup, niet kletsen dan, ook niet bij de koffie-automaat, aan het werk. En laat dat boekje maar liggen)

4. Of denk jij: volgers? Fans? En die willen dan elke dag iets van me? Pfff.
(Je moet er ook niet aan denken. Vergeet Cor Hospes dus maar)

5. Of ben jij iemand die vindt: géven? Da’s zo’n achterhaald altruïstisch concept. Daar koop ik geen brood voor.
(Jij wil Bolletje!)

Voorin Geld verdienen met sociale media citeert Cor een Boeddhistisch gezegde: ‘De les dient zich aan als de leerling er klaar voor is.’

Ben jij er wel klaar voor? Snel bestellen dat boek.

Het verhaal achter een boek

26 november 2010

We (Nicoline Douwes Isema en ik) wilden graag illustraties in ons boek. Veel illustraties. Te veel om zelf te maken. Dus vroegen we Arnoud van Doe-het-niet-zelf om hulp. Dat ging ongeveer zo:

‘Gaan we doen! Er zullen misschien weinig mensen komen, veel mensen hebben het druk.’

(week later)

‘Al 10 aanmeldingen.’
’10?? Wat veel! Hoor je dat Cathelijne, 10!’

(twee weken later)

‘Nu 25 aanmeldingen.’
‘… 25???!! Je maakt een grapje.’

(drie weken later)

‘Eh…42 aanmeldingen.’
‘HALLELUJA! Hoe gaan we dat doen in die ruimte?’
‘We vinden wel een oplossing.’

En er volgden nog een stuk of 15 aanmeldingen.
Donderdagavond 25 november  vond de grote Doe-het-niet-zelf-illustratie-jam plaats. Het was warm in de studio. Geïmproviseerde tekenbureaus, stoelen en tafels overal vandaan. Netwerkgesprekjes.

‘Hoeveel betaal jij nou aan je boekhouder?’
‘Zóveel? Dat kan goedkoper.’
‘Waar heb je die inkt gekocht?’
‘Goh, twitter, zo had ik het nog niet bekeken.’
‘Ik link je op facebook, goed?’

De briefing – drie wanden vol briefjes. Op elk papier een illustratieverzoek

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Van iNktpot tot iBook

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Flyers, ansichtkaarten en visitekaartjes uitwisselen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Orange it is! Illustreren met tape

 

 

 

 

Sluikreclame

 

 

 

 

 

 

Amper twee uur later: presentatie van de schetsen

 

 

 

 

 

Een tafel vol beloftes

‘Duizenden kinderen worden jaarlijks gedwongen alleen over de wereld te reizen’

16 november 2010

Fabio Geda
In de zee zijn krokodillen – Het waargebeurde verhaal van Enayatollah Akbari

Fabio en Enayat

In de zee zijn krokodillenOp een slechte dag wordt de Afghaanse Enayat door zijn moeder in Pakistan achtergelaten. Een daad van liefde. Vanaf dat moment staat hij er alleen voor en moet hij zijn vege lijf zien te redden. Enayat is dan tien jaar, denkt hij. In de provincie Ghazni, waar hij geboren wordt, is er geen bevolkingsregister, dus helemaal zeker is hij niet van de hoogte van zijn leeftijd. Opgejaagd vertrekt hij naar een onbekende bestemming in een veilige wereld. Die blijkt ver weg, een rauwe tocht van jaren kost het hem. Uiteindelijk komt hij in Italië terecht waar hem op het nippertje een vluchtelingenstatus wordt gegund. Hij woont en werkt er nog steeds.

Hoe gaat het nu met je, Enayat? Hoe ziet je leven er uit?
‘Allereerst ben ik nu student. Ik ga elke avond naar school, overdag werk ik. Ik heb veel baantjes gehad de afgelopen vijf jaar, om het hoofd boven water te houden en natuurlijk ook om geld naar huis te kunnen sturen, naar mijn moeder, broer en zus. Mijn leven zoals ik dat nu leef is eigenlijk een heel normaal leven, ik leef zonder zorgen, ik ben niet bang dat me plotseling iets ergs overkomt. Bovendien kan ik nu voor het eerst een plan maken voor mezelf, voor mijn eigen toekomst. Toen ik bijvoorbeeld nog geen vluchtelingenstatus had en dus ook geen verblijfsvergunning, kende mijn leven geen enkel doel. Het maakte niet uit of ik sliep of wakker was, aangezien mijn leven in handen van anderen lag. Nu is de situatie gelukkig heel anders. Ik ben met veel dingen bezig, heb altijd iets te doen en dat maakt me gelukkig.’

Acht jaar nadat zijn moeder hem heeft achtergelaten, spoorde hij haar vanuit Italië op. Ze blijkt niet meer in het geboortedorp te wonen maar hij vindt haar toch en belt haar op.
Heb je sindsdien vaker contact met je familie kunnen hebben?

‘Ja, ik heb contact gehad met hen en gelukkig heb ik dat nog steeds.’

Enayat en Fabio ontmoetten elkaar vier jaar geleden op de boekpresentatie van Fabio’s debuutroman. Het centrum waar de presentatie plaatsvindt, Centro Interculturale in Turijn, nodigt Enayat uit aanwezig te zijn en de avond met zijn persoonlijke verhaal luister bij te zetten.
Enayat:
‘Het was de bedoeling dat ik Fabio een aantal vragen zou stellen en dat ik kort mijn verhaal zou vertellen, als onderdeel van die ontmoeting. Ik kende het Centro goed, aangezien ik er een cursus heb gevolgd voor cultureel bemiddelaar.’
Fabio:
‘Mijn debuutroman, een fictief verhaal, gaat over een Roemeense jongen die door Europa reist, op zoek naar zijn opa die als straatacteur werkt. Enayats verhaal kon als tegengeluid dienen voor de fictie die ik had geschreven. Die avond, toen ik hem zijn verhaal hoorde vertellen, een dramatisch verhaal vol pijn, ontdekte ik dat hij er met ongelofelijke lichtheid, en met verrassende ironie over sprak. Door die toon, met lichtheid en ironie, leek zijn verhaal me heel geschikt op papier te zetten.’

In het boek wisselt Fabio Enayats reis af met korte gesprekken tussen Enayat en zichzelf.
Waarom deze vorm?

Geda:
‘Ik koos deze structuur omdat ik wilde dat de lezers niet vergaten dat ze een waargebeurd verhaal lazen. Bovendien moet het voor de lezer duidelijk zijn waarom het verhaal verteld wordt. In dit geval kon Enayats verhaal alleen verteld worden doordat iemand tegenover hem zat en hem vroeg: alsjeblieft, vertel me je verhaal, vertel me over je leven, ik ben hier, en ik luister. Iets wat je aan alle mensen om je heen zou kunnen vragen. Zonder te oordelen, zonder verblind te zijn door vooroordelen. Gewoon zitten en luisteren.’

Sommige namen zijn gefingeerd, ter bescherming van de mensen die het betreft.
Fabio,
heb je Enayat ook tegen zichzelf in bescherming moeten nemen? Heb je sommige dingen niet opgeschreven die hij wel verteld heeft?
‘Nee. Alles wat Enayat zich herinnerde over zijn reis, hebben we verteld. Alles wat in zijn jonge geheugen is opgeslagen, wat zijn jonge ogen, zijn jonge hart hebben geregistreerd, hebben we verteld. En ik heb geprobeerd zijn verhaal zo min mogelijk te vervuilen met mijn visie erop, met mijn vooronderstellingen.’

Wat raakte jou zelf het meest aan zijn verhaal?
‘Het interessante aan Enayats leven is dat het een heel gewoon leven is, behalve het eind. Duizenden kinderen worden jaarlijks gedwonen alleen over de wereld te reizen, om zichzelf uit oorlogssituaties te redden, of van de hongerdood of van andere verschrikkelijkheden. Velen gaan dood. Anderen leven onder zware omstandigheden. Enayat had veel geluk. Hij had de kracht te overleven en ontmoette de juiste mensen op zijn pad. Ze hielpen hem hoop te houden op een betere toekomst. Maar wat me nog het meest raakt aan Enayats verhaal, is de afwezigheid van volwassenen in zijn leven. Een Afrikaans gezegde luidt: Er is een heel dorp nodig om een kind groot te brengen. Dan vraag ik me af: waar is ons dorp?’

Enayat, wat zou je willen zeggen tegen kinderen die ook op de vlucht zijn?
‘Het enige dat ik hen graag wil meegeven is: geef nooit de moed op, blijf hopen! Er komt een dag die anders zal zijn dan alle andere dagen. Er komt een dag waarop het vrede is, ook voor jullie. Houd vol en strijd intussen dapper voor die dag!’

Waar hoop je zelf op, welke wensen heb je voor de toekomst?
Ik wil allereerst heel graag kunnen terugkeren naar Afghanistan, maar dan een Afghanistan dat heel anders is dan op dit moment. Ik zou de Afghaanse kinderen willen helpen, hen de mogelijkheid geven te studeren. Ook wil ik graag de oom of de grote broer zijn van al die kinderen die tijdens de oorlog hun ouders hebben verloren en nu niemand meer hebben die zich om hen bekommert.’

Fragment:

Hoe kun je zomaar je leven veranderen, Enayat? Een ochtend. Een afscheid.
Dat doe je gewoon, Fabio.
Ik heb es gelezen dat de keuze om te emigreren voortkomt uit de behoefte om adem te halen.
Dat is zo. En de hoop op een beter leven is sterker dan welk gevoel ook. Mijn moeder heeft bijvoorbeeld besloten dat het beter was om mij ver weg in gevaar te weten, maar wel op weg naar een andere toekomst, dan om mij dichtbij in gevaar te weten, maar dan in de drab van voortdurende angst.

In de zee zijn krokodillen is uitgegeven door De arbeiderspers.

Doe het niet zelf – het betere netwerken

7 november 2010

Wat heb jij gedroomd vannacht?

Het nadeel van netwerkborrels is dat je er borrelt; na een middag heb je een handvol kaartjes verzameld en vooral een indruk gekregen van de babbelvaardigheid van anderen. Mooi. Maar wat veel mooier zou zijn: in dezelfde tijd samen met wildvreemden een klus klaren die energie en inspiratie geeft. En waar je een derde partij erg gelukkig mee maakt.

Of andersom, stel je voor: je hebt een klus te doen maar het ontbreekt je aan ideeën of know how. Zou het niet fijn zijn als anderen, experts, je dan kwamen helpen gedurende een dag of een middag of een avond, gewoon omdat ze dat leuk vinden? En dat die anderen in de toekomst dan weer eens een beroep op jouw kennis en ervaring mogen doen?
Dat dachten Arnoud van den Heuvel en Marcel van der Drift ook en ze richtten Doe-het-niet-zelf op.

Nicoline, met wie ik een boek schrijf over dromen, had al een paar keer bijgedragen aan Doe-het-niet-zelf-bijeenkomsten. Nu er zich een probleem voordeed in verband met ons boek, besloot ze hulp van DHNZ in te roepen. In het boek willen we namelijk véél illustraties, maar de uitgever heeft er geen budget voor. Dat overkomt veel non-fictieboeken.

Een oproep aan het DHNZ-netwerk werd gedaan en inmiddels hebben 21 illustratoren zich aangemeld voor de illustratie jam (we staan er zelf ook van te kijken!)

Meedoen
Denk je: daar wil ik ook bij zijn? Stuur een e-mail naar doehetnietzelf@gmail.com.
De illustratie jam vindt plaats op donderdag 25 november van 18:00 tot 23:00 uur in het centrum van Amsterdam.
Wij zorgen voor de catering. Wanneer je illustratie wordt uitgekozen voor plaatsing in het boek, wordt uiteraard je naam vermeld. (Het is niet persé de bedoeling dat de illustratie af komt deze avond. Er is tijd om thuis, op je computer, je idee uit te werken en voltooien).

Over het boek
Wat betekent het als ik droom over seks met mijn ex? Kunnen dromen voorspellend zijn? Ik droom soms hetzelfde als mijn lief, komt dat vaker voor? Dromen zijn toch hallucinaties tijdens je slaap?
Hoewel we veel vragen hebben over onze dromen, praten we er liever niet over. Dromen is een klein taboe en meer iets voor geitenwollen slaapmutsen. Freud en kompanen zijn daar mede schuldig aan. Zij zagen dromen als boodschappen uit een ongrijpbaar onderbewustzijn. Dromen ontspruiten aan onvervulde verlangens en seksuele driften, vonden zij.
Droomcoach Nicoline Douwes Isema ziet dat anders. Dromen is denken in je slaap. Tijdens het slaapdenken verwerk je niet alleen informatie, je bent ook creatief, verwerft inzichten, vooruitzichten, genereert ideeën en oefent vaardigheden. Dromen is een fase in een denkproces en kan leiden naar concrete besluiten en actie.
Met elkaar praten over dromen blijkt een efficiënte methode te zijn om de verworvenheden uit je slaap te verwoorden en concreet te maken. Zodat je er iets mee kunt doen. Aan de hand van cases uit de dagelijkse praktijk tonen tonen  Nicoline en Cathelijne een handige gesprekstechniek in 3 fasen.
… En verder komen er in het boek veel weetjes over dromen uit het laatste wetenschappelijk hersenonderzoek. Wist je bijvoorbeeld dat je ook buiten je REM-slaap droomt?

Het boek verschijnt voorjaar 2011.

Buzz rond nieuwe roman Paulo Coelho

27 juli 2010

Cover De beschermengelWat me zoal opviel toen ik in de boekenbranche ging freelancen (ik had eerst jarenlang in de theatersector gewerkt) was de wijze waarop reclame wordt gemaakt. Voor een theatervoorstelling (of film) maak je kabaal lang voordat de première plaatsvindt, zelfs lang voordat er nog maar één repetitie is geweest. Dat moet ook wel, een voorstelling is meestal maar één avond in een stad te zien.
Voor een boek gaan we pas kabaal maken bij de consument wanneer het in de winkel ligt (ik tel de jaarlijkse opening van het boekenseizoen Manuscripta – een evenement dat succesvol is gekopieerd van de Uitmarkt – even niet mee).
Waarom eigenlijk, waarom zo laat. Gemiste kans. Typical Dutch is het ook nog eens, want in het buitenland weten ze allang hoe je kunt profiteren van de tijd voorafgaand aan een publicatie.
Zo ontstond een idee. En een actieplan. Vakblad Boekblad merkte het op en plaatste er een bericht over:

De Arbeiderspers creëert buzz rond nieuwe roman Paulo Coelho
23 juli 2010 – Honderd lezers kunnen de nieuwe roman van Paulo Coelho, De beschermengel, al lezen voordat het boek in de winkel ligt. Met deze actie wil De Arbeiderspers buzz creëren.

Uitgeverij De Arbeiderspers is een speciale actie begonnen om de nieuwe roman van Paulo Coelho die op 19 augustus zal verschijnen, al voor die tijd onder de aandacht te brengen. De eerste honderd reageerders op een oproep van de uitgeverij ontvangen de pdf van de gehele roman in hun mailbox, voordat het boek in de winkels ligt.
De actie is onderdeel van een grootschalige campagne rond het boek, die voor een deel op traditionele manier zal worden gevoerd met een abri-campagne en radiocommercials, maar die ook via nieuwe media vorm zal krijgen. De Arbeiderspers verspreidde de oproep via de website, het Twitter-account en via de Hyves- en Facebook-netwerken van de uitgeverij.
Inmiddels loopt het storm, volgens promotiemedewerkster Cathelijne Esser. ‘De termijn is nog niet gesloten en we hebben al over de honderd aanmeldingen ontvangen. Mensen zijn stuk voor stuk voor stuk extreem enthousiast.’
Dat was precies wat de uitgeverij met deze actie voor ogen had, aldus Esser: ‘Normaal begint de promotie van een boek pas op het moment dat het in de winkel ligt. Dit is voor ons een experiment om te proberen of we vooraf een buzz kunnen creëren rond het boek.’ Bang dat de verkoop zal afnemen door de actie is ze niet. ‘De Coelho-lezers zijn trouwe fans, ik ben ervan overtuigd dat zij het boek behalve in pdf-formaat ook echt in handen willen hebben.’
Ook het gevaar van zwervende bestanden op internet boezemt de uitgeverij geen angst in. Esser: ‘Natuurlijk is dat een risico, piraten heb je altijd. Maar het inzetten van nieuwe media voor promotie wordt steeds belangrijker, dan moet je ook gewoon dingen durven uitproberen.’ (Marleen Louter)

We zullen zien.

Bed & Breakfast wordt boek

17 mei 2010

Meer dood dan levend is de titel van de nieuwste literaire thriller van Tupla Mourits. Een gesprek met het Amstelveense schrijfduo over visgereedschap, hun fascinatie voor misdaad en de overeenkomst tussen een bed & breakfast en een boek.

Niets in de doorzonwoning van Atie Vogelenzang en Wendela de Vos wijst op interesse voor misdaad. Je verwacht een zebrahuid op de vloer, een verzameling dierenschedels in de vensterbank of boeken over moordwapens in de kast. Maar nee, deze woonkamer is sober ingericht; veel grijzen en witten, kale wanden, geen prularia. Wel hangt er in de hal een mobile van gekleurde vishaakjes. ‘Heeft Wendela gemaakt,’ zegt Vogelenzang. ‘Blinkers heten die metalen visjes.’ En dan op waarschuwende toon: ‘Ja, ze heeft een héél aparte belangstelling voor visgereedschap.’
Vishaakjes, daar kun je gemakkelijk een bloederig verhaal omheen verzinnen. ‘De dingen zijn niet wat ze lijken,’ zegt De Vos bezwerend, al kijkt ze er ondeugend bij. ‘Als ik naar een witte muur kijk, zie ik meer dan wanneer ik een wand vol schilderijtjes zie. De spanning speelt zich in je hoofd af.’

Jachtig leven
In Meer dood dan levend wordt de Amsterdamse twintiger Luna slachtoffer van een gewelddadige overval. Als ze erachter komt wie haar overvaller was, gelooft de politie haar niet. Luna besluit het recht in eigen hand te nemen. Dat loopt volkomen uit de hand.
De personages in de boeken van Tupla Mourits zijn heel gewone mensen. Telkens raken ze toevallig bij misdaad betrokken. Waarmee Tupla Mourits lijkt te willen zeggen dat het iedereen kan overkomen. Hoe zijn de auteurs op het pad van de misdaadfictie geraakt? Vogelenzang: ‘We wilden schrijven wat we zelf graag lazen.’ De Vos: ‘Tijdens vakanties heb ik rust en lees ik zwaardere literaire boeken maar in het jachtige leven helpt spanning in een verhaal je aandacht vast te houden. En een goed spannend boek gaat ook over serieuze zaken, over de maatschappij of psychologische processen bijvoorbeeld. Zelf ben ik met die boeken opgegroeid, mijn moeder (schrijver Marjolein de Vos/Heijermans red) was er ook fan van.’ Vogelenzang: ‘Ik zat op een Christelijke school en kreeg elke dag bijbelverhalen te horen. Die waren heel spannend en werden spannend verteld. Mozes die de zee splijt, fantastisch toch?’

Bed & Breakfast
Hoewel De Vos nog een andere reden noemt waarom ze samen thrillers zijn gaan schrijven – ‘het genre leent zich goed voor duoschrijven’ – had het weinig gescheeld of er was helemaal geen Tupla Mourits geweest. De Vos: ‘Wij hebben de gewoonte regelmatig samen een groot project te doen, de ommegang rond Amsterdam lopen bijvoorbeeld. En we zijn een paar jaar care taker geweest van een appartement voor operazangers. Ik heb ook jarenlang geprobeerd Atie over te halen samen een bed & breakfast te beginnen. Zij wilde niet. Toen werd het een boek.’
Heel gek was dat idee niet want Vogelenzang schreef al jaren verhalen en De Vos was actrice en regisseur, komt uit een schrijversfamilie en schreef af en toe toneelteksten. Hun eerste roman verscheen in 2005, Vrouwelijk naakt, en werd bekroond met de Schaduwprijs voor het beste thrillerdebuut 2006

Schietclubs
Luna werkt in een erotiekwinkel en neemt schietles. Was Tupla Mourits bekend met erotiekwinkels en schietclubs? De Vos: ‘We bedenken dingen vanachter de schrijftafel maar doen ook veel research. Zo zijn we bij twee verschillende schietclubs gaan kijken. Hoe voelt en ruikt het daar, wie komen er? Schieten is gewoon een sport, leer je dan. De een gaat vissen, de ander heeft iets anders in zijn koker.’ En die erotiekwinkel, ook geweest? Vogelenzang: ‘Of course!’ De Vos: ‘Research doen is leuk. Het werkt vooroordeeldoorbrekend. Daar spelen we ook mee in onze boeken, we gebruiken de vooroordelen en hoe de dingen anders blijken zijn dan gedacht.’

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.